China versus het Westen: de Opiumoorlogen

In het najaar van 2010 vond er in Peking een ontmoeting plaats tussen toenmalig premier van het Verenigd Koninkrijk David Cameron en de Chinese president Xi Jinping. In het kielzog van Cameron volgde een flinke delegatie politici en topmensen uit het bedrijfsleven. Zij hadden een missie: vette handelsdeals sluiten met China. Maar de ontmoeting liep verre van vlekkeloos, waarom? Dat lees je o.a. op deze pagina.

ChineesCultuurplein-illustratie-Geschiedenis-Victorgrafischontwerp

Leerdoelen

  • Je kunt uitleggen hoe de relatie van China en de buitenwereld in de negentiende eeuw is veranderd.
  • Je kunt de oorzaken van de Opiumoorlogen benoemen en beschrijven.
  • Je kunt uitleggen wat de gevolgen waren van de Opiumoorlogen.
  • Je kunt uitleggen welke rol opium speelde in de Chinese maatschappij.
  • Je kunt het belang van de Opiumoorlogen en de eeuw van vernedering voor het heden aangeven.
  • Je kunt uitleggen dat er verschillende perspectieven bestaan op opiumgebruik in China, de Opiumoorlogen en de eeuw van vernedering.

Inleiding
In het najaar van 2010 vond er in Peking een ontmoeting plaats tussen toenmalig premier van het Verenigd Koninkrijk David Cameron en de Chinese president Xi Jinping. In het kielzog van Cameron volgde een flinke delegatie politici en topmensen uit het bedrijfsleven. Zij hadden een missie: vette handelsdeals sluiten met China. Maar de ontmoeting liep verre van vlekkeloos, want tijdens de officiële welkomstceremonie droeg Cameron ‘poppies’ – klaprozen – op zijn revers. Britten dragen de poppies ieder jaar – toevallig in de week waarin de ontmoeting plaatsvond – om de slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog te herdenken. In China leidde dit gebruik echter tot veel ophef. Poppies zijn namelijk niet alleen mooi om naar te kijken, van sommige soorten wordt een bedwelmend goedje gemaakt – opium. Een Chinese topambtenaar zou gevraagd hebben of Cameron de poppies af wilde doen, het deed te veel denken aan een pijnlijke episode uit de Chinese geschiedenis: de Opiumoorlog (1839-1942), een oorlog die werd gevoerd met de Britten. Een Chinese blogger schreef verontwaardigd: “Hoe zijn de Britten China binnengevallen? Met opium. Hoe zijn de Britten ooit rijk en sterk geworden? Door opium.” De Britten waren tijdens deze handelsmissie liever niet herinnerd aan deze episode uit de geschiedenis.

De Opiumoorlogen

China kent een lange geschiedenis met opium. Sinds de Tang-dynastie (618-907) werd het gebruikt als medicijn, bijvoorbeeld tegen diarree, koorts of hoest, maar ook werd het gretig gegeten door stelletjes die het liefdesspel wat wilde rekken. Niet onbelangrijk! Het eten van opium laat een bittere smaak achter, maar het roken ervan geeft een plezierig zoet aroma af. Waarschijnlijk waren het Nederlanders die de rooktechniek in China introduceerden. Daarop begonnen Chinezen met een goed gevulde beurs opium te roken om met medegebruikers thuis of in opiumhuizen te ontsnappen aan de alledaagsheid van het bestaan. De keizer was not amused met deze uit het buitenland overgekomen bedwelmende praktijken en liet de import van opium in 1729 verbieden. Dat weerhield de Chinezen er niet van opium te blijven roken en buitenlandse handelaren bleven opium naar China smokkelen.

Het paradijs
“Op een miezerige grijze dag, of wanneer je somber bent, steek dan een opiumlamp aan op een laag tafeltje, neem een comfortabele positie in, laat de pijp rondgaan en inhaleer. Eerst word je overvallen door een verfrissend gevoel, je hoofd en ogen worden erg helder. Daarna volgt een aangename staat van rust. Je botten en gewrichten ontspannen en je ogen worden zwaar…Je stapt een wereld binnen van dromen en fantasieën, vrij als een geest: wat een paradijs!” Aldus een van de vroegste beschrijvingen van een opiumroker over zijn ervaringen. De ‘opiumtrip’ werd door de Chinezen ook wel ‘het opstijgen naar de maan’ (dào yuè zhōng) genoemd. In tegenstelling tot het gebruikelijke beeld van donkere groezelige opiumhuizen, werd opium vooral thuis gerookt. Opium was een manier om je sociale status te tonen. Net als de theeceremonie ging het gepaard met een uitgesponnen ritueel. Rijke families hadden een opiumchef in dienst die de opium op verschillende manieren kon bereiden. Hij deed dat boven een zilveren opiumlamp en maakte zachte, ronde bolletjes die hij delicaat op de opiumpijpen van de rokers plaatste. Pijpen werden gemaakt van dure houtsoorten, ivoor jade of schildpad en sierlijk gedecoreerd. Opiumkenners konden meepraten over kwaliteit en herkomst en spendeerden veel geld aan de beste soorten opium. Meestal werd opium gerookt als er bezoek was, men liet de pijp rondgaan en nam enkele trekjes, er werd veel thee geschonken en dim sum geserveerd.

Welvarende Chineze in een opiumhuis (ca. 1880)
Opiumpapaver (bron:wikicommons)

De opiumsmokkel zou niet tot een grote oorlog hebben geleid als de internationale verhoudingen in een tijdsbestek van enkele eeuwen niet sterk waren veranderd. Rond 1500 was Groot-Brittannië naar Chinese maatstaven een onbeduidende eilandengroep, maar het land zou uitgroeien tot een wereldmacht. De Britten hadden in de zestiende en zeventiende eeuw aanzienlijke kolonies verworven en werden rijk met de handel en verwerking van koloniale producten. Nadat de Industriële Revolutie van Groot-Brittannië de meest efficiënte fabriek van de wereld had gemaakt, beschouwden ze de rest van de wereld als een potentiële afzetmarkt. Eerst de kolonies, en voormalige kolonies, maar ook China oefende een grote aantrekkingskracht uit op de Britse koopmansgeest. Textielfabrikanten uit Manchester kregen dollartekens in hun ogen als ze aan het keizerrijk China dachten: als je aan alle driehonderd miljoen Chinezen alleen al de stof voor één onderbroek of hemdje wist te verkopen, was je schathemelrijk. 

Maar China had van oudsher geen boodschap aan de Britse exportdrang. De keizers van de Qing-dynastie wilden de Europeanen vooral buiten de deur houden. Ze waren bang dat de komst van de ‘roodharige vreemdelingen’ met hun vreemde ideeën en levenswijze voor onrust onder de bevolking zouden zorgen. Daarom mochten Europese handelscompagnieën vanaf 1757 alleen handelen in de plaats Guangzhou. De Britten konden er in speciaal daarvoor opgerichte handelskantoren – kantons – onder strenge voorwaarden handeldrijven. Ze kochten er grote hoeveelheden thee, zijde en porselein – in het Engels niet voor niets China genoemd – om in Europa met veel winst door te verkopen. Maar de Chinezen zelf namen, op wat Indiaas katoen na, geen producten af van de Britten die in hun ogen of van inferieure kwaliteit waren of geen nut hadden. De Britten moesten de thee betalen met zilver en dat was op de lange termijn erg ongunstig voor de Britse economie. 

De Britten ondernamen twee handelsmissies (in 1793 en 1816) om de Chinezen ervan te overtuigen hun markten te openen voor Britse producten. Vergeefs, en wat niet hielp was de weigering van de Britse ambassadeurs om voor de keizer een kowtow te maken. De rituele buiging waarbij je liggend drie keer met het hoofd op de grond moest tikken. De Chinese markt bleef op slot. Om de scheve handelsverhoudingen toch in balans te brengen, stortten de Britten zich op de Chinese opiummarkt. De uit de India geëxporteerde opium was van hoge kwaliteit en werd met behulp van Chinese tussenhandelaren China binnengesmokkeld. Het was een groot succes. De hoeveelheid gesmokkelde opium was in 1839 veertig maal groter dan in 1750 en bedroeg naar schatting 2,5 miljoen kilo per jaar. Eindelijk begon het Chinese zilver te rinkelen in de beurzen van de Britse handelaren.

Smokkelen
Wie snel geld wilde verdienen, waagde een gokje in de opiumsmokkel. Smokkelaars – met een Britse licentie – kochten een grote hoeveelheid opium in Calcutta en zetten koers naar Zuid-China. Dat was niet zonder gevaar. Voor de kust van China waren veel ‘zeewespen’ actief die aan piraterij deden. Dat waren vissersschepen die een mooie kans zagen hun kas een beetje bij te vullen of gigantische vloten van tot wel zeventig schepen bemand door beroepspiraten. Als je die van je had afgeslagen, werd de opium op een eilandje voor de kust uitgeladen, van daar brachten lokale Chinese schippers de opium verder het binnenland in. Voor de Chinese marine hoefde men niet te vrezen. Vaak was er genoeg smeergeld betaald om met rust gelaten te worden. Het kwam voor dat ze alsnog op je smokkelschip afkoersten, maar als je dan vertrok, zorgde de marine dat ze buiten schootsafstand bleven. Het was een schijnaanval. “In naam van de keizer hebben we de vijand uit Chinese wateren verjaagd,” schalde er over het dek. Zij hadden hun werk gedaan.

Tot grote ergernis van de Qing-keizers begon een steeds groter aandeel van de Chinese bevolking – 4 tot 12 miljoen – opium te roken. In hun ogen raakte het keizerrijk hierdoor moreel in verval. Het was slecht voor de fysieke en mentale staat van de bevolking, en het corrumpeerde ambtenaren, die maar wat graag smeergeld aannamen om een oogje toe te knijpen. Het wegvloeien van zilver vormde bovendien een gevaar voor de Chinese economie. Omdat het uitvaardigen van decreten geen effect had, gaf keizer Daoguang (regeringsperiode: 1820 -1850) de ambtenaar Lin Zexu de bevoegdheid om met harde hand in te grijpen. Lin Zexu was een hardliner en van mening dat de ‘opiumplaag’ erger was dan overstromingen. Als het gebruik geen halt werd toegeroepen, zou het Chinese volk leven als ‘reptielen, honden en zwijnen’. Lin Zexu sloot opiumhuizen, dwong verslaafden af te kicken en besloot tot de inbeslagname en vernietiging van 20.000 kisten opium. Dat was zo’n grote hoeveelheid dat het 23 dagen in beslag nam om het in zee te gooien. Britse opiumhandelaren zagen hun handelsbelangen bedreigd en vroegen de Britse koningin Victoria om hulp. En die hulp die kwam. De Britten verklaarden de oorlog aan China.

De Britse regering zond een moderne vloot naar China, 37 schepen en een troepenmacht van 20.000 man. Die moest het opnemen tegen ruim 200.000 keizerlijke soldaten en een vloot van ontelbare jonken. Een ongelijke strijd?  De Chinese jonken waren geen partij voor de nieuwe door stoom voortgedreven schepen van de Britse marine. De vuurkracht en het bereik van de Britse kanonnen en geweren was vele malen groter dan dat van de Chinezen. Het werd een verpletterende nederlaag. Met het tekenen van het verdrag van Nanjing (1842) werd de oorlog beëindigd. De Britten dwongen af dat vijf havens werden geopend voor Britse vrijhandel, in deze havens gold het Britse recht voor Britse inwoners. Bovendien werd het eiland Hong Kong voor 150 jaar verpacht aan de Britten.

Het was een grote vernedering. De keizer was de autonomie over een deel van zijn grondgebied kwijtgeraakt. Naleving van het verdrag werd daarom zoveel mogelijk gefrustreerd en nog meer concessies doen aan de Britten was uitgesloten. Daarom kwam het voor een tweede maal tot een gewapend conflict, de Tweede Opiumoorlog (1856-1860). Groot-Brittannië wist, ditmaal met steun van Frankrijk en de Verenigde Staten, China een tweede maal te verslaan. Voordat de vrede werd getekend plunderden de troepen het Zomerpaleis in Beijing. Het was een vergelding voor het lot dat een groep gevangengenomen Britse diplomaten trof. Zij waren terechtgesteld en ter dood gebracht door lingchi – dood door duizend sneden – waarbij er steeds meer stukken vlees of ledematen worden weggesneden totdat de veroordeelde sterft. Toen de Britten erachter kwamen, werden de wonderschone paleisgebouwen en de sprookjesachtige tuinen tot de grond toe afgebrand.

De Eerste Opiumoorlog (bron: Wikipedia)
Yuan Ming Yuan, het oude Zomerpaleis in Beijing (Bron: SCMP)

Tijdens de conventie van Beijing (1860) werd duidelijk hoe hard China ditmaal verloren had. Het land moest nog meer grondgebied afstaan, extra handelsconcessies doen en er werd afgedwongen dat westerse missionarissen het Christendom mochten verspreiden. Ook werd het recreatieve gebruik van opium verplicht gelegaliseerd. Dat leidde ertoe dat aan het eind van de negentiende eeuw naar schatting 27 procent van de mannelijke bevolking opium rookte. De opiumoorlogen werden gevolgd door nog tientallen conflicten met westerse landen en Japan. De meeste daarvan werden afgesloten met voor China vernederende nederlagen en vredesverdragen. De eeuw die volgde op de Eerste Opiumoorlog wordt door de Chinezen daarom wel aangeduid als de eeuw van vernedering.

Opium als verklaring voor de eeuw van vernedering?

Politici van de communistische partij zien het moderne verleden van China als een geschiedenis van imperiaal slachtofferschap. Niet voor niets noemen ze het de eeuw van vernedering, een nationale tragedie. En dat moet iedereen in China weten, want alleen de communistische partij is er volgens hen in geslaagd China van het Westen en de opium te vrijwaren.

Hierover zijn tal van propagandistische geschiedenissen verschenen. Auteurs benadrukken de ‘afgrijselijke moeilijkheden’ die het Chinese volk heeft moeten doorstaan door de imperiale agressie van westerse landen die begon met de ‘schaamteloze’ en ‘smerige’ Opiumoorlog. De opiumsmokkel was een samenzwering om de Chinezen tot slaaf te maken, hun rijkdom te stelen, en de grote natie – met duizenden jaren van geschiedenis – op de knieën te krijgen en te koloniseren.  De ‘schandelijke opiumhandel’ had het ooit zo machtige land vernederd, en de bevolking verzwakt, uitgemergeld en zelfzuchtig gemaakt. De verslaafde opiumgebruiker is in dit verhaal het symbool van alles dat slecht was: fysiek en moreel zwak, niet langer in staat om verzet te bieden tegen het oprukkende Westen, haar soldaten en ideeën.

Ook in het Westen heeft lange tijd een karikatuur van de Chinese opiumgebruiker overheerst. In menig roman uit de negentiende eeuw of stripboek uit de twintigste eeuw worden opiumverslaafde Chinezen opgevoerd die in donkere holen opium roken en zo hun dagen in volkomen lethargie doorbrengen. Alhoewel opium ook in het westen werd gebruikt, werd het gezien als de drugs van ‘het gele ras’, een ras dat tot zelfvernietiging neigde. Dat beeld bood een goede verklaring en rechtvaardiging voor het Westerse optreden in China in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Nieuw onderzoek door sinologen en historici toont aan dat het karikaturale en propagandistische beeld van de opiumgebruiker, de opiumoorlogen en de rol die opium gespeeld heeft bij ‘de ondergang’ van het oude keizerrijk moet worden bijgesteld. De historici wijzen bijvoorbeeld op het lage percentage probleemgebruikers. Naar schatting ongeveer 5 procent van het totale aantal opiumgebruikers was dermate verslaafd dat hun gebruik hun functioneren belemmerde en ze bijvoorbeeld meer aan opium moesten uitgeven dan ze zich konden veroorloven. Dat aantal was onder meer zo laag, omdat het recreatieve roken een sociaal ritueel was, en het gebruiken van hoge doses hierdoor werd beperkt. Het was een genot- en luxeproduct. Maar ook voor de arbeidersklasse gold dat opium niet in de weg stond van economische activiteit. Toen de lokale productie van opium toenam en de prijs van opium daalde, werd opium ook voor hen beschikbaar. Voor arbeiders ging het gebruik van opium gepaard met veel minder chique rituelen, maar een beetje opium in de middag deed ze niet in slaap vallen. Het hielp ze juist de dag door en verzachtte de pijn van de zware en monotone arbeid die ze dag in dag uit verrichten. De Qing-Chinezen rookten opium om net zoveel redenen als Europeanen tabak rookten en alcohol dronken. Het opiumgebruik moet dan ook niet worden gezien als een drugsplaag die China in het verderf stortte. En net zo goed als dat China in de negentiende eeuw geen levensgroot drugprobleem had, ging de opiumoorlog eigenlijk helemaal niet over opium. De opiumsmokkel vormde weliswaar de aanleiding, maar de oorlog draaide voornamelijk om één ding: vrijhandel en de opening van China. Enerzijds zagen Groot-Brittannië en andere westerse landen er geen probleem in deze vrijhandel met geweld af te dwingen en anderzijds was het negentiende-eeuwse China niet in staat om zich hiertegen te weer te stellen.

Vragen

Tijdens de Britse handelsmissie in 2010 ontstond er onrust over de poppies op de revers van David Cameron. Uiteindelijk deed hij ze niet af.

  1. Zou jij dit wel gedaan hebben en waarom wel/niet?

Gebruik bron 1
In 1793 ging de diplomaat Lord Marcartney op handelsmissie naar China. Het doel was om de Chinese markt te openen voor Britse producten. Toen bekend werd dat Macartney op missie zou gaan kondigde hij aan dat hij geen kowtow zou maken voor de keizer.

  1. Welke verwachting heeft de tekenaar van de handelsmissie? Gebruik minimaal 3 bronelementen.
  2. Heeft de tekenaar gelijk gekregen?

Stelling: de handelsmissie van Lord Macartney is een kantelpunt in de Chinees-Britse betrekkingen.

  1. Leg uit of je het eens bent met deze stelling.

Bron 1
Britse spotprent (1792). Titel: Ontvangst van de diplomatieke missie aan het hof van Peking.

De tekenaar maakte de spotprent voor het vertrek van Macartney naar China. Links zit keizer Daoguang. In het midden knielt de diplomaat Lord Macartney, maar hij maakt geen kowtow. Twee leden van zijn missie doen dat wel, waardoor hun achterste opzichtig ‘bloot’ valt. Een diplomaat houdt een speelgoed ballon vast. Andere cadeaus die zijn afgebeeld: een ekster in een vogelkooi, een geïllustreerd werk van Shakespeare, een honkbal knuppel, een miniatuur van koning George III, dobbelstenen, een speelgoed windmolen, een magische lantaarn, een miniatuur schip en een windhaan. (Bron: britishmuseum.org)

  1. Welke technologische ontwikkeling zorgde ervoor dat de Britten wilden dat China zijn markt zou openen voor Britse producten?
  2. Waarom was China zo’n aantrekkelijke markt voor de Britten?

Lees voor onderstaande vraag eerst het kader ‘Smokkelen’.

  1. Een van de redenen dat de keizer zich tegen opium keerde was de gezondheid van zijn volk. Hij had ook nog een andere reden. Welke? Leg uit.

Gebruik bron 2

  1. Leg uit welke mening de tekenaar heeft over de opiumoorlogen, gebruik minimaal drie beeldelementen.
  2. China was ooit een machtig keizerrijk. Hoe dachten de Europeanen hierover in de tijd van de Eerste Opiumoorlog? Hoe zie je dat in de bron?

Bron 2
Spotprent uit een Frans tijdschrift (1840). Titel: Engelse handel.

De Engelsman rechts eist dat de keizer van China opium afneemt. Achter hem ligt een dode Chinese man, met Engelse troepen op de achtergrond. Een hond bijt in de longpao van de keizer. De tekst luidt: Ik eis dat je onmiddellijk dit vergif koopt. We willen dat je jezelf compleet vergiftigd, omdat we een hoop thee nodig hebben om onze biefstuk te verteren (bron: wikicommons).

Gebruik bron 3

  1. Waarom vormde de nederlaag tijdens de Eerste Opiumoorlog zo’n grote schok voor China?

Bron 3
Brief van keizer Qianlong aan koning George III naar aanleiding van de handelsmissie van Macartney (1793): De voorwerpen die u, koning, ons heeft gezonden, zal ik voor deze keer accepteren. Ik doe dit uit consideratie voor het feit dat ze van zover komen en omdat ze ons met oprecht goede bedoelingen gezonden zijn. Weet echter dat de deugd en het prestige van de Hemelse Dynastie ver reiken en wij vermaard zijn en dat koningen van tienduizenden naties over land en zee naar ons toe komen om ons allerhande kostbaarheden aan te bieden (..) Aan vreemde of vernuftige voorwerpen hebben wij nooit veel belang gehecht. Ook de manufacturen uit uw land hebben wij niet nodig.

  1. Welke bepalingen stonden er in het verdrag van Nanjing, en welke bepaling was het meest vernederend?
  2. Leg uit wat de Chinezen bedoelden met de term ‘ongelijke verdragen’.
  3. Leg uit wat de Chinezen bedoelden met de term ‘eeuw van vernedering’.

 

Gebruik bron 4

  1. In deze bron uit Victor Hugo kritiek op het optreden van de Fransen en de Britten. Hij vindt het eeuwig zonde dat het Zomerpaleis en al haar schatten zijn vernietigd of gestolen. Maar wat is de voornaamste kritiek die doorklinkt uit de bron?

Bron 4
Fragmenten uit een brief van de beroemde Franse schrijver Victor Hugo (1861):
Het was een soort enorm onbekend meesterwerk (..) dit wonder is verdwenen. (..) Op een dag zijn twee bandieten het Zomerpaleis binnengegaan. De ene plunderde, de ander stichtte brand. Victorie kan een dievegge zijn, zo blijkt. (..) De schatten van al onze kathedralen bij elkaar opgeteld, kunnen zich nog niet meten met dit formidabele museum van de Oriënt, gevuld met meesterwerken uit de kunst en massa’s aan juwelen. (..) Wij Europeanen zijn de beschaafden en voor ons zijn de Chinezen barbaren. Dit is wat civilisatie heeft gedaan met barbaren.

 

Gebruik bron 5

  1. Met de bron kun je duidelijk maken hoe het in 1901 is gesteld met de soevereiniteit en territoriale integriteit van China. Leg uit.
  2. De titel van de tekening luidt: ‘Een moeilijk ei om uit te broeden’. Zoek op internet op wat er in 1901 in China plaatsvond. Leg met behulp van de gevonden informatie de titel uit.

Bron 5
Spotprent uit een Amerikaans tijdschrift (1901). Titel: ‘Een moeilijk ei om uit te broeden’

Op het ei staat “China”, De vogels stellen Rusland, Duitsland, Italië, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland, Japan en de Verenigde Staten voor. (bron: loc.gov)

  1. Lees het artikel ‘Grootmacht China laat zich niet meer indammen’. Leg uit dat de eeuw van vernedering een belangrijke rol speelt in het buitenlandbeleid van China.
  2. Chinezen gebruikten opium om meerdere redenen. Noem er minimaal drie.
  3. Tegenwoordig vergelijken historici het opiumgebruik in China weleens met het alcoholgebruik in westerse landen. Vind je dit een goede vergelijking? Waarom wel/niet?
  4. Welk beeld propageert de Communistische Partij van China van de opiumoorlogen en van opiumgebruik?
  5. Hoe werd in de negentiende eeuw in het westen aangekeken tegen het opiumgebruik in China?
  6. Welke argumenten gebruiken hedendaagse historici om het karikaturale en propagandistische beeld bij te stellen?
  7. Vind je het betoog van de moderne historici overtuigend? Waarom wel/niet?
  8. In 1997 werd Hong Kong door Groot-Brittannië overgedragen aan China. In datzelfde jaar kwam de film The Opium War (鸦片战争) uit. De hoofdrol in deze film is weggelegd voor de ambtenaar Lin Zexu. Leg uit waarom de film juist in dat jaar uitkwam.

Groepsopdracht eeuw van vernedering

Breng de eeuw van vernedering in kaart. Doe dit door te onderzoeken hoe buitenlandse mogendheden inbreuk hebben gemaakt op de soevereiniteit en territoriale integriteit van China in de periode 1839-1945.

Je onderzoekt dit voor de volgende landen:
Groot-Brittannië
Duitsland en Frankrijk
Verenigde Staten en Rusland
Japan

  • Stap 1 – Verdeel de klas in groepjes van 4 leerlingen
  • Stap 2 – Ieder groepje onderzoekt alle landen. Verdeel de landen onder elkaar.
  • Stap 3 – Geef per land een chronologisch overzicht met korte omschrijving van de belangrijkste conflicten/confrontaties met China en de verdragen die er gesloten werden.
  • Stap 4 – Wissel de informatie uit met je groepsgenoten. Discussieer met elkaar over de vraag welk land de meeste inbreuk heeft gemaakt op de territoriale integriteit van China.
  • Stap 5 – Bepaal of jullie de naam eeuw van vernedering toepasselijk vinden voor de periode 1839-1945.

Tips:
Hoe kom je aan je informatie? Bekijk de volgende filmpjes.
Zoek vervolgens informatie op internet: gebruik zoektermen als ‘geschiedenis China-Japan relaties’, eeuw van vernedering Frankrijk’, etc., gebruik Engelse zoektermen.

Individuele opdracht

Bekijk de documentaire: ‘China: a century of humiliation’ van Mitch Anderson. Schrijf een verslag van 1.500 woorden over deze documentaire. In je verslag staat in ieder geval:

  • Een beschrijving van de opiumoorlogen en de eeuw van vernedering.
  • Verschillen tussen het Westen en China.
  • De verschillende interne en externe oorzaken voor de eeuw van vernedering.

Literatuur tip

  • Het Witte Feest van Lulu Wang. 
    Hierin wordt het leven beschreven van een arme familie waarin de vader aan opium is verslaafd, tijdens de Japanse bezetting van de jaren dertig in de twintigste eeuw.

 

Verder lezen

  • Frank Dikötter, Zhou Xun en Lars Laamann, Narcotic culture, a history of drugs in China
  • Julia Lovell, The Opium War